In het landelijk VNG-magazine, een maandelijks verschijnend blad voor hoofdzakelijk gemeentebestuur en ambtenaren is in de september uitgave van 2005 onderstaand artikel gepubliceerd.
Laagdrempelige voorziening in Enschedese Zuidwijken
Buurtkamer bindt ouderen
Marten Muskee In de Enschedese Zuidwijken is onder de naam 'Buurtkamer' een laagdrempelige ontmoetingsplek voor ouderen op wijkniveau geïnitieerd. Uit een eerste evaluatie blijkt het succes van dit concept, dat tegen relatief lage kosten de sociale cohesie in de buurt terugbrengt. De Buurtkamer is een idee van Annette Oude Vrielink van het Enschedese Stadsdeel Zuid. De provincie Overijssel gaf anderhalf jaar geleden via een startsubsidie het sein om te beginnen. Het concept is ontwikkeld in nauwe samenwerking tussen gemeente, sociaal-cultureel werk, welzijn, zorg en een lokale woningcorporatie. De gemeente en Humanitas (betrokken geraakt vanwege de vrijwilligers die de Huiskamers runnen) spreken van een doorslaand succes. Er worden zowel autochtone als allochtone ouderen bereikt. Uit onderzoek blijkt dat zeventig procent van hen geen gebruik maakt van andere wijkvoorzieningen. Deze laagdrempelige ontmoetingsruimte voorkomt daarmee dat de ouderen in een sociaal isolement raken. Humanitas heeft al uitgesproken het concept ook elders in het land te willen realiseren. Volgens Dick Metselaar, consulent maatschappelijke activering van Humanitas, is het concept van de Buurtkamer gemakkelijk te realiseren door de medewerking van verschillende instellingen, waaronder de woningbouwcorporatie. In het kader van het grotestedenbeleid of - straks - de Wet maatschappelijke ondersteuning is de Buurtkamer een interessant model dat elders navolging kan krijgen. De laagdrempelige voorziening op wijkniveau leent zich goed om ingevoerd te worden in zowel steden als kleine buurtschappen waar voorzieningen verdwijnen. Juist de participatie van andere partijen als de woningcorporatie maakt dat zowel de kosten als het afbreukrisico zeer gering zijn. Immers: wanneer een buurtkamer geen succes blijkt, gaat de woning weer in de reguliere verhuur.
Cohesie
Annette Oude: 'De Enschedese Zuidwijken bestaan uit de Stroinkslanden, Helmerhoek en Wesselerbrink, waarvan laatstgenoemde als één van de 56 aandachtswijken van VROM geldt. In Enschede Zuid, waar zo'n veertigduizend mensen wonen, wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een woonservicegebied, dat tot doel heeft een veilige en zorggevoelige woon- en leefomgeving te creëren met speciale aandacht voor ontmoeten en welbevinden. Kort gezegd: de bevordering van de sociale cohesie. De politie Enschede Zuid wilde een aantal jaren geleden het een project senioren en veiligheid starten, maar kwam daar door tijdgebrek niet toe. Omdat ik professioneel uit de ouderenwereld kom, werd ik hiervoor aangetrokken ter ondersteuning. Vervolgens heeft Stadsdeel Zuid samen met de politie de 65-jarigen in de wijk uitgenodigd voor lunchbijeenkomsten om over veiligheid te praten. We verwachtten zo'n twintig mensen, maar het onderwerp leefde en voor de eerste bijeenkomst kwamen honderd aanmeldingen binnen. In totaal hebben 1100 van de 4000 senioren de bijeenkomsten bezocht. Naast de zeer basale klachten over onveilige plekken kwam ook iets ander aan het licht. De ouderen bleken zich niet meer te herkennen in de wijk en voelden zich evenmin erkend. Natuurlijk hangt een en ander samen met de losse structuur van de hedendaagse samenleving, maar toch. Toen is het idee voor de Buurtkamer geboren.' De Buurtkamer in de Helmerhoek draait nu een jaar, die in Stroinkslanden een half jaar. Er zijn plannen om ook in de Wesselerbrink een of meerdere Buurtkamers te openen. De ontmoetingsplek voorziet in meer functies, waarbij de 'ontmoeting' centraal staat. Ouderen lopen meer risico om in een sociaal isolement te raken en de Buurtkamer heeft hier een preventieve functie. De senioren worden in staat gesteld hun sociale contacten te behouden en uit te breiden. Er wordt aandacht geschonken aan de ontmoeting tussen allochtone en autochtone ouderen. Verder heeft de Buurtkamer zowel een informerende en voorlichtende functie als een signalerende en doorverwijzende. Ook kunnen vraaggerichte activiteiten worden ontwikkeld als bijvoorbeeld kennismakinglessen met de computer. De ontmoetingsplek is aanvullend op het aanbod van welzijns- en zorgaanbieders. 'Ik had van het begin af aan het idee dat het om een laagdrempelige plek zou moeten gaan', vervolgt Oude Vrielink. 'Een plek waar de bezoeker het idee krijgt er te wonen en bij de buurt betrokken te zijn. Een plek waar gesjoeld kan worden, kleinschalige zorg wordt verleend en waar een computer staat. De provincie heeft een subsidie voor twee buurtkamers verleend. Eind 2002 hebben we met een aantal partijen een pakket van eisen opgesteld waaraan de Buurtkamer moet voldoen en dat vervolgens bij de woningcorporatie neergelegd. Jammer genoeg trad tegelijkertijd een stagnatie op de huurmarkt op, dus kon de eerste Buurtkamer pas eind 2003 worden geopend. Belangrijk is de corporatie in het concept mee te krijgen. Maar gezien het feit dat één van hun prestatievelden "de leefbaarheid" betreft, bleek dat niet zo moeilijk te zijn. De Buurtkamer is een samenwerkingsproject tussen de gemeente, Humanitas, de woningcorporatie en de diverse betrokken welzijns- en zorgorganisaties, waarbij iedereen een specifieke taak heeft. De vrijwilligers bestaan uit de ouderen zelf, terwijl de senioren ook betrokken zijn bij de inrichting van de Buurtkamer.'
Sociale structuur
'De kracht zit hem nu juist in het feit dat de Buurtkamer weinig met professionele mensen werkt. Humanitas werft de vrijwilligers uit de doelgroep en schoolt ze. Die ouderen hebben dus een dubbele rol, als vrijwilliger en vervolgens als bezoeker. Een goedkope voorziening die enthousiaste en gedreven deelnemers oplevert. De buurtkamers lopen goed. Die in de Helmerhoek bijvoorbeeld is continu open, behalve op zaterdag, en kent tachtig tot honderd bezoekers per week. Met tien bezoekers is de Buurtkamer overigens vol. We krijgen regelmatig de vraag of de Buurtkamer wel nodig is, omdat er ook wijkcentra zijn. Een wijkcentrum is er voor alle wijkbewoners. Wanneer er een jongerendisco is, komen de ouderen niet. Je gaat voor een wijkactiviteit naar het wijkcentrum. Van de Buurtkamer hoef je geen lid te zijn. Je wandelt er na de boodschappen naar binnen en drinkt een kopje koffie en maakt een praatje. De activiteiten die plaatsvinden, zoals les in het gebruik van de computermuis of kooklessen, zijn vraaggestuurd. De ouderen bepalen zelf wat er gebeurt.' Oude Vrielink noemt het voorbeeld van de oudere meneer die nog auto kan rijden en via de Buurtkamer nu eens per week met drie dames gaat winkelen. Of de oudere Turkse mevrouw die via de Buurtkamer voor het eerst in twintig jaar met de buurtbewoners praat. In de Buurtkamer worden één op één taallessen gegeven, waarna het geleerde bij een kopje koffie of bij de gezamenlijke kookochtend in praktijk wordt gebracht. 'Mensen zijn op zoek naar sociale structuur', verklaart Oude Vrielink het succes van de Buurtkamer. 'Maak dat laagdrempelig toegankelijk. Zorg dat bewoners elkaar op een basaal niveau kunnen ontmoeten. Dat werkt goed in al zijn simpelheid en dat is wat mensen willen, samen iets doen en elkaar daarin vinden. Er vinden veel initiatieven van bovenaf plaats om de sociale cohesie in de wijken te herstellen maar dat beklijft niet. De Buurtkamer is van de bewoners zelf, hun sociaal kapitaal. De kracht komt van binnenuit en geeft de bezoekers een plek als buurtbewoner. Het is wel van belang goed te kijken op welke plek een Buurtkamer wordt gesitueerd. Maak vooral ook gebruik van het potentieel dat ouderen te bieden hebben. Te vaak hoor ik negatieve verhalen over de komende vergrijzingsgolf. Die groep mensen wordt als een kostenpost, beschouwd maar dat is relatief. De ouderen die nu komen zijn redelijk opgeleid en mondig. Zij kunnen nog veel betekenen voor de lokale samenleving.' Tot nu toe zijn de beide Buurtkamers en de aanpassingen daarvoor door de provincie gefinancierd. De subsidie loopt nu af, maar Enschede gaat door met het project. Intussen heeft zich ook een tweede woningcorporatie gemeld. De gemiddelde kosten per Buurkamer bedragen in het eerste jaar circa 34.000 euro en daarna jaarlijks 16.000 euro. 'We gaan door met de Buurtkamers, maar daarbij wordt wel de informatie- en adviesfunctie uitgebouwd', aldus Oude Vrielink. 'Dit mede in het kader van de nieuwe Wmo, die is gericht op zelfredzaamheid en de mantelzorg. Daarnaast blijven ouderen langer zelfstandig in hun eigen woning en omgeving wonen. De link naar de Buurtkamer is dan snel gelegd.'